Analyse
Om het kort en bondig weer te geven: door middel van analyse willen we ontdekken "hoe muziek werkt".
Bij analyse van muziek gaan we op zoek naar algemene principes van vorm, structuur en textuur in muziek, en met diverse "iconische" vormtypen en vorm-procedures. Het spreekt (hopelijk) voor zich dat analyseren geen doel op zich is, maar dienstbaar moet zijn aan "hogere doelen". (...).
Mijn persoonlijke benadering
Ik vind het belangrijk om bij het analyseren van muziek hulpmiddelen of benaderingen te gebruiken die goede resultaten geven onafhankelijk van de soort muziek (stijl, genre, en plaats in de geschiedenis). Daarom gebruik ik werkmodellen die ik heb gemaakt gebaseerd op de visies van Hermann Erpf (Form und Struktur in der Musik, 1967) en Hans-Peter Schmitz (Singen und Spielen, 1958).
Erpf sluit goed aan bij (Gestaltmatige) kenmerken van de menselijk waarneming. Sleutelbegrippen van Erpf die daarbij gebruikt worden, zijn: eenheid & geleding, vormmiddelen, vormprincipes en vormkarakters. Aan zowel Erpf als Schmitz ontleen ik de beschrijving van muzikaal materiaal m.b.v. de 5 muzikale parameters hoogte, duur, sterkte, kleur, lengte (articulatie). Dit is een hulpmiddel om te beschrijven wat er feitelijk te horen valt. Aanvullend aan Erpf besteed ik ook altijd aandacht aan de textuur van de muziek.
Deze benadering werkt goed als een opstap naar meer diepgaande en specifieke analyse van stijl en genre van de te analyseren muziek.
Muziekanalyse als discipline kent een relatief korte geschiedenis die teruggaat naar de 19e eeuw. Natuurlijk zijn er in de gehele geschiedenis mensen geweest die hebben geprobeerd muziek en de onderliggende principes ervan te begrijpen (gericht op schrijven en uitvoeren ervan); maar als theoretische/academische discipline is muziekanalyse nog relatief jong.
Een uitstekend algemeen artikel door Ian D. Bent and Anthony Pople in Oxford Music Online (Grove):
https://doi.org/10.1093/gmo/9781561592630.article.41862