Drieklanken en omkeringen:
Om te controleren of je werkelijk zeker bent van de intervalopbouw van een drieklank of de omkering daarvan, is een goede oefening de drieklanken en omkeringen snel te kunnen opbouwen vanuit elke willekeurige toon.
Doe dit zowel theoretisch (toonnamen noemen) als praktisch (spelend/zingend op toonnamen).
In de notenvoorbeelden:
- Grondliggingen op de 7 stamtonen
- Sextakkoorden op de 7 stamtonen
- Kwartsextakkoorden op de 7 stamtonen
Een zeer nuttige oefening is het bouwen van grondlgging en omkeringen van een drieklank op dezelfde toon (zo snel mogelijk). Als je dit snel en zonder haperen kunt, dan heb je voor dat onderdeel zogenaamde fluency bereikt.
Voorbeeld: majeurdrieklank
- grondligging gebouwd op de toon d: D - F# - A
- sextakkoord gebouwd op de toon d: D - F - Bb
- kwartsextakkoord gebouwd op de toon d: D - G - B
Notatievoorbeeld 1: 4 drieklanken op 7 stamtonen

Notatievoorbeeld 2: sextakkoorden van 4 drieklanken op 7 stamtonen

Notatievoorbeeld 3: kwartsextakkoorden van 4 drieklanken op 7 stamtonen
