Van arpeggio's naar permutaties ("husselen")
Als vervolg op de arpeggio-oefening met de drieklanken is de permutatie-oefening ook nuttig.
Je speelt/zingt daarbij de 3 tonen van de drieklank in alle mogelijke volgordes. Je wordt daarbij gedwongen de drieklank als één "ding" te benaderen.
Als je dit kunt, doorzie je de drieklank op welke toon je ook begint (net zoals je een voorwerp kunt herkennen ook al ligt dit ondersteboven of op de zijkant).
Dit is het patroon dat je kunt aanhouden voor elk van de 4 drieklanken:
(Ook hier weer zonder sleutel)

Een voorbeeld met sleutel en gebruik van voortekens voor een grote, verminderde, kleine en overmatige drieklank:

majeur
verminderd
mineur
overmatig